grote weerschijnvlinder (28-6-2014)

Het vliegt en het fladdert maar is geen vogel.

In juni neemt de activiteit van vogels geleidelijk af.

Maar andere fladderaars zijn wel volop actief. En soms een hele bijzondere!

Op landgoed Ampsen werd een Grote Weerschijnvlinder gezien door Peter van Waveren die er een fraaie foto van wist te maken.

Het is een zeldzame standvlinder met nog slechts enkele populaties in Twente, de Achterhoek en Noord-Brabant.

 

Deze vlinder heeft een voorkeur voor oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen.

 

Waardplanten zijn vooral boswilg; soms grauwe wilg.

Foto: Peter van Waveren

De vliegtijd is van half juni-begin augustus in één generatie.

De vlinders voeden zich eerst vooral met honingdauw en sap van bloedende bomen en leven hoog in de bomen. De mannetjes komen soms naar de grond om te drinken van plassen, kadavers en soms zelf bezwete mensen. Er worden zelden meerdere vlinders bij elkaar gezien.

Rups: eind juli-eind juni. Jonge rupsen eten op een karakteristieke manier van het blad van de waardplant aan beide zijden van de nerf.

De soort overwintert als halfvolgroeide rups in de vork van twijgen of in een groef tussen schors van de waardplant.

De verpopping vindt hoog in de boom plaats.

Vogelwerkgroep Noordwest-Achterhoek