Terug naar

"kennis"

De winterkoning

Wetenschappelijke naam: Troglodytes troglodytus

Bijnaam: klein jantje

 

Iedereen kent de winterkoning wel. Het is een zeer klein driftkikkertje, dat we ook vaak in de tuin zien.

Vaak zie je de winterkoning snel voorbijschieten. Een zeer klein bruin vogeltje, 9 a 10 ½ cm groot, dat geen tel stil lijkt te zitten. Als we er een zien zingen, valt op dat het staartje rechtop wordt gehouden en dat ze zang eigenlijk meestal uit eenzelfde serie tonen bestaat. Een heldere stotterende zang die meestal vanuit dichte begroeiing, maar ook vaak vanaf een hoge zangpost wordt uitgevoerd.

Winterkoningen laten hun zang het hele jaar door horen. Deze soort wordt overal aangetroffen waar een dichte begroeiing is. De (gewone) winterkoning komt voor in heel Europa, Noord-Amerika, Azie en Noord-Afrika. In dat gebied zijn er 29 ondersoorten die onderling kleine verschillen laten zien.

Winterkoningen zijn insecteneters. Je kan dat zien aan de fijne puntige snavel die een iets gebogen vorm heeft.

plukrest van winterkoning

lengte 35 mm tot 37 mm

De veertjes zijn fijn bruin gestreept, zoals je bij de veertjes hiernaast ziet. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk qua uiterlijk.

 

Via de link naar de site Featherbase kom je bij een uitgebreid overzicht van alle veren van de winterkoning.

 

Datumgrenzen: van winterkoningen, die tussen 1 februari en 20 juli (bron Sovon) zingend worden waargenomen, mag worden aangenomen dat die daar een broedterritorium hebben.  Vogels die buiten die periode worden waargenomen kunnen nog trekvogels zijn.

 

In ons land is de winterkoning standvogel, die het hele jaar door aanwezig. In Scandinavië is het een trekvogel die in o.a. ons land overwintert.

Er wordt van half april en juli gebroed. Winterkoning mannetjes maken in hun territorium meerdere nesten, waarvan het vrouwtje er een uit kiest om de eieren in te leggen. De nesten zijn geheel gesloten, bolvormige, nesten, met een opening aan de zijkant. Ze worden ergens in de dichte begroeiing gemaakt, ongeveer een meter van de grond, maar ik heb ze zelf wel tot 2 meter hoog in een klimop aangetroffen. Winterkoningen kunnen op de gekste plaatsen een nest maken. Er worden 5 a 7 eitjes gelegd die 13 tot 15 dagen door het vrouwtje worden bebroed. Ze kunnen tot 3 nesten per jaar grootbrengen.

eitjes van een winterkoning. Buikig, glad en glanzend, wit dikwijls ongetekend met soms kleine spikkels; 17,6 mm x 13,3 mm.

Als het vrouwtje aan het broeden is, gaat het mannetje door met zingen en probeert hij andere vrouwtjes te lokken die in een van de andere nesten gaan broeden. De overblijvende nesten worden “speelnesten” genoemd.

Het is een gemakkelijke soort om te leren kennen. De winterkoning zingt bijna het hele jaar door en is in een bos van ver te horen. De zang is vrijwel altijd hetzelfde. Wel heeft de winterkoning, behalve de zang, ook andere geluiden. Let wel op dat het territorium van winterkoningen behoorlijk groot kan zijn.

Een vogel kan soms de waarnemer “volgen” en het gevaar bestaat dat een verderop gehoorde zingende vogel als een nieuw exemplaar wordt genoteerd. 

Het beste is dan om te proberen of je meerdere winterkoningen tegelijkertijd hoort zingen. Dan pas weet je zeker dat het afzonderlijke exemplaren zijn. Aangezien winterkoningen, zoals gezegd, polygaam zijn, dus meerdere vrouwtjes met nesten in een territorium kunnen hebben, is het aantal broedgevallen waarschijnlijk onderschat.

 

Op de internetpagina van Vogelbescherming staan de verschillende geluiden. Ook staat daar nog meer informatie over deze soort.

Overige links voor de winterkoning:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Winterkoning

Vogelwerkgroep Noordwest-Achterhoek